Als programmamanager van OER (Opwek van Energie op Rijksvastgoed) en de Energietransitie kende Sten verschillende hoogtepunten. Alleen al het idee om Rijkswaterstaatgronden beschikbaar te stellen voor de opwek van duurzame energie, was voor hem een hoogtepunt op zich. Sten vertelt: Samen met een klein groepje collega’s heb ik dat idee verder uitgewerkt en gepitcht bij KGG, toen nog EZK. Dat leidde tot het pilotprogramma Hernieuwbare Energie op Rijksgrond (HER), de voorloper van OER. We hebben intern heel wat hobbels moeten nemen om hiermee te mogen starten. Dat het ons uiteindelijk werd gegund om iets anders te doen dan wat Rijkswaterstaat tot dan toe gewend was, was geweldig. We moesten nadenken over hoe we dit gingen vormgeven, welk budget we daarvoor nodig hadden en wat voor team we zouden samenstellen. Die pioniersfase, van niks iets maken, dat was een heel leuke tijd.
Er kwam veel op je af in die periode. Heb je toen ergens wakker van gelegen?
Gelukkig lig ik niet snel wakker van iets. Maar nu ik erover nadenk; er was destijds best wat interesse in wat wij deden. Energie langs de snelweg en op water was natuurlijk nieuw. De NOS kreeg daar hoogte van en wilde mij interviewen. Omdat ik geen mediatraining had gehad en ook geen ervaring had op dat gebied, dacht ik wel even: wat gaan ze me allemaal vragen en zeg ik wel het goede? Uiteindelijk is het goed gegaan en kwam het item in het Zes- en Achtuurjournaal op televisie en op Radio 1. Daarna kreeg ik veel leuke reacties, ook van mensen die ik al lang niet had gesproken en die me op tv hadden gezien.
Wat valt op als je naar de start van het programma kijkt en hoe het nu is?
In het begin waren we maar met zo’n vijf à zes mensen en was het echt pionieren. We werkten aan een nieuw idee en er was weinig structuur. Nu is de groep groot en is die structuur er wél. Daarmee voorkomen we dat iedereen maar een kant op gaat en dat het onbeheersbaar wordt. Tegelijkertijd hadden we wel de filosofie in het programma om de verantwoordelijkheid te laten waar die het beste past: bij de projectteams en in de regio’s. Daar moet ruimte zijn om dingen te kunnen ontwikkelen. Je moet niet alles vanuit de top bedenken.
En wat had je, met de kennis van nu, graag willen weten toen je begon?
Ik had graag geweten dat we netcongestie zouden tegenkomen en dat de marktsituatie ook behoorlijk veranderlijk kan zijn. We moeten nu adaptief zijn en kijken hoe we met deze externe ontwikkelingen omgaan, zodat we samen — Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), in samenwerking met het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) — onze doelen kunnen realiseren.
Eén ding is zeker: in de toekomst hebben we de opwek vanuit duurzame energie gewoon nodig.
Kun je wat meer vertellen over die onzekerheden?
Op dit moment is de marktsituatie van opwek op land, met name zonne-energie, lastig. In Nederland gebruiken we voor een groot deel nog fossiele brandstoffen. Daar moeten en willen we vanaf richting 2050. Er ligt nog een grote opgave om meer duurzame energie op te wekken, niet alleen op zee maar ook op land. Het elektrificeren gaat alleen niet snel genoeg en je ziet dat er op sommige momenten een overschot is, zeker voor zonne-energie. Moet je dan nu dat systeem nog extra gaan voeden met nog meer zon? Moet je wachten, of neem je maatregelen om daar tijdelijk extra voor te betalen zodat het later weer rendabeler wordt? Want één ding is zeker: in de toekomst hebben we de opwek vanuit duurzame energie gewoon nodig.
Hoe kunnen we hier binnen OER mee omgaan?
We moeten nadenken over scenario’s voor de toekomst. Gaan we door met alle, ruim dertig projecten of alleen met de meest kansrijke? Ons doel is om de energievraag en het aanbod beter met elkaar te verbinden, zodat de businesscase sterker wordt en we netcongestie mogelijk deels kunnen oplossen. Dit zijn allemaal ideeën die niet morgen klaar zijn. Eigenlijk zit het zo: wij doen het als uitvoeringsorganisaties, samen met de gemeenten best goed, alleen door de context – waar we zelf geen invloed op hebben - is het nu even lastig.
Waar ben je het meest trots op?
Er zijn meerdere dingen waar ik trots op ben, maar ik ben het meest trots op de groep mensen bij OER. Het is een mooie groep waar veel drive en commitment in zit, mensen die er écht voor willen gaan. Je moet altijd opletten wie je aanneemt als je snel groeit. Past hij of zij in de cultuur en in het team? Bijna iedereen die we hebben aangetrokken past hier goed en er is ook nauwelijks verloop in het programma. Wat ik ook prachtig vind, is dat we het programma hebben geborgd in de top van Rijkswaterstaat. Als we dat niet hadden gedaan, was dit niet zo’n succes geworden, denk ik. Trots ben ik ook op de samenwerkingsvorm die we hebben weten te organiseren met zowel het RVB als de RVO, maar zeker ook met de decentrale partijen. We werken gelijkwaardig samen en ieder pakt zijn rol. De door ons bedachte aanpak wordt nu breed omarmd op veel plekken in Nederland en ik vind het hartstikke mooi dat dat gelukt is!
Je hebt je, naast de opzet van OER, ook breder met de energietransitie binnen Rijkswaterstaat beziggehouden.
Ongeveer drie jaar geleden had ik als doel om de energietransitie écht te agenderen bij het bestuur van Rijkswaterstaat en de bestuursraad IenW. Ik had toen al het gevoel dat deze transitie impact zou hebben op het functioneren van onze organisatie en IenW als geheel. Het gaat dan om het kunnen blijven draaien van onze eigen netwerken, dat we voldoende energie hebben in tijden van netcongestie en dat we nadenken over hoe robuust en weerbaar we zijn. Ik ben blij dat het thema energie nu ook door de top van Rijkswaterstaat en het ministerie belangrijk wordt gevonden! Een van de doelen die ik heb gerealiseerd, was het opzetten van de Regiegroep, bestaande uit directeuren en een HID’er, om het thema energie goed bespreekbaar te maken en eigenaarschap te leggen bij sleutelspelers die richting kunnen geven. Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor het programma Stopcontact op Land (SOL), de Walstroomopgave, de aanpak Netcongestie en Robuustheid energievoorziening en Warmte uit Water.
Voor mij is het belangrijk om werk te doen dat past bij mijn eigen overtuigingen. En dat doe ik nu.
Je bent vorig jaar een aantal maanden met sabbatical geweest. Hoe was dat?
Nou, eigenlijk was het te kort! Ik zou het misschien nog wel een keer willen doen, want het is altijd goed om even de tijd te nemen voor jezelf. Maar ik heb ook geleerd dat het belangrijk is om, zelfs in de hectiek, de rust te blijven zoeken en te nemen. (Lacht) Dat heeft misschien ook wel met de leeftijd te maken – ik laat me niet meer zo snel gek maken. Naast rust nemen in je werk is het ook belangrijk om de tijd te nemen voor reflectie. Doe ik nog steeds de goede dingen? Hoe sta ik in mijn werk? En, wat ik heel belangrijk vind, is dat je goed blijft opletten of je daarbij je interne kompas volgt: word ik blij van wat ik doe en pas ik op dit moment nog goed bij de opgave die er ligt?
Voor mij is het belangrijk om werk te doen dat past bij mijn eigen overtuigingen. En dat doe ik nu. Dit is een fantastische baan, echt heel leuk werk. Ik hoop dat straks in mijn nieuwe rol ook weer te vinden. Werk moet goed passen. Als dat niet zo is en er ontstaat frictie, moet je volgens mij nadenken over iets anders. Tijdens mijn sabbatical ben ik erachter gekomen dat het nog wel goed zit met dat gevoel. Ik vind het dan ook best lastig om te vertrekken. Tegelijkertijd, als je eenmaal weet dat je weggaat, ga je daar ook aan wennen en uitkijken naar de nieuwe klus. Nogmaals ik vind het een fantastische groep mensen en een mooie opgave. Ik hoop echt dat alles goed verdergaat en ik straks buiten plekken zie waar ik aan gewerkt heb!
In hoeverre ben je privé ook duurzaam bezig?
Vliegen doe ik eigenlijk niet meer. Ik zeg nooit nooit, maar ik probeer het echt te voorkomen. Het is natuurlijk best aantrekkelijk om weekje naar de Canarische Eilanden te gaan, maar ik vind dat ik dat niet moet doen. Verder heb ik al heel lang zonnepanelen, zit ik op een warmtenet en probeer ik mijn tuin zo groen mogelijk in te richten. Dit najaar ga ik de tuin zo aanpassen dat er meer bloemen komen die in verschillende fases van het seizoen bloeien. Op die manier trek je meer insecten aan.
Dat klinkt al behoorlijk duurzaam! Is er nog meer wat je doet?
Ik heb een hybride auto - die ik zo vaak mogelijk laat staan - en ga zo veel mogelijk met de fiets naar het werk (45 km heen en terug). Ik eet bijna geen vlees en we kopen zo veel mogelijk biologische producten. Er is vast nog meer dat ik zou kunnen doen!
Binnenkort start je in je nieuwe rol als programmamanager Duurzame Infrastructuur (eerder KCI, klimaatneutrale en circulaire infrastructuur). Waar verheug je je op?
Ik vind het ontzettend leuk om met nieuwe thematiek aan de slag te gaan. Het gaat over duurzaamheid en over het kernproces van Rijkswaterstaat. Het is mooi om dicht bij het vuur te zitten bij onderwerpen die de organisatie nu bezighouden, zoals de grote vervangings- en vernieuwingsopgave en de versnelling van de productie. Daar willen we duurzaamheid onderdeel van maken. Daarnaast is het een groot programma (100 fte) met vier transitiepaden, waarmee we klimaat- en circulaire maatregelen daadwerkelijk toepassen in ons werk en in onze aanbestedingen. Dat vraagt ook flink wat van de markt en onze samenwerkingspartners.
Ik heb geleerd dat als het niet linksom kan, het rechtsom wél lukt.
Wij moeten je helaas laten gaan, maar je hebt vast nog wel iets wat je ons wilt meegeven. Any famous last words?
Als je een droom hebt en je denkt iets moois te kunnen toevoegen aan de maatschappij wat echt gewenst is, laat je dan niet afleiden door de bureaucratie en structuur van een samenwerkingsverband, organisatie of door (on)geschreven regels. ik heb ook geleerd dat het belangrijk is om, zelfs in de hectiek, de rust te blijven zoeken en te nemen. – stap voor stap en zeker niet alles tegelijk. Mensen denken vaak: dit kan of past toch niet in onze organisatie, laat maar. Dat dacht ik in de begintijd van OER juist níet. Ik hoorde regelmatig: nee, dat kan niet of dat mag niet. Dan dacht ik: hoezo kan het niet? Hoezo mag het niet? Vervolgens ging ik met mensen in gesprek en bleek het wél te kunnen. Dus ga in gesprek, luister goed naar de zorgen en kansen, denk na over een oplossing en zet door. Bij dit soort veranderingen en vernieuwingen is lef nodig, maar ook realisme, en je moet echt volhouden!
Bekijk hieronder het item van de NOS waarin Sten te zien is.