Ingeborg (26) studeerde milieuwetenschappen in Utrecht en Wageningen en startte daarna als trainee bij Rijkswaterstaat. Tijdens haar stage deed ze biodiversiteitsonderzoek en daar werd een zaadje geplant.
'Ik wilde heel graag iets doen met duurzaamheid, maar ik wist ook dat ik me niet alleen daarop wilde richten,’ vertelt Ingeborg. In haar traineeship ontdekte ze verschillende opdrachten en rollen binnen RWS. Toen ze de vacature voor programmasecretaris bij OER voorbij zag komen, viel alles samen: ‘Het was precies die combinatie van inhoud en verbinding waar ik naar zocht.’ Sindsdien ondersteunt Ingeborg binnen OER het management van de drie samenwerkende partijen: RWS, RVO en RVB én schuift ze aan bij het maandelijkse overleg met opdrachtgever KGG (ministerie van Klimaat en Groene Groei).
Spin in het web
Ingeborg pakt brede programmazaken op en trekt onder andere een werkgroep die bepaalt welke minimale stappen elk project moet doorlopen. Zo ontstaat meer duidelijkheid voor de projectteams over wat wél en níet gedaan moet worden. Juist doordat ze bij veel overleggen aanwezig is, brengt ze verschillende perspectieven bij elkaar. Dat gebeurt ook informeel, vertelt ze lachend: ‘Ik zit vaak met collega’s in de kantoortuin, dus ik hoor de context tussendoor.’ Die context zet ze in om knelpunten te signaleren en het programmateam en KGG goed bij te praten. ‘Als een project in een faseovergang zit, geeft het team mij extra toelichting. Die toelichting deel ik in de overleggen zodat we begrijpen welke stappen zijn gezet. Het is echt een spin-in-het-webfunctie.’
Het is bijzonder dat het Rijk zo actief samenwerkt met provincies en gemeenten aan de energietransitie.
Voor Ingeborg is het vooral de combinatie van inhoud en samenwerking wat haar werk zo leuk maakt. ‘Je ziet en hoort heel veel. Eigenlijk krijg ik van alle kanten van het programma iets mee,’ zegt ze. ‘Die brede blik helpt om kritisch mee te denken en de samenhang te bewaken.’ De samenwerking met lokale partners vindt ze uniek. ‘Het is bijzonder dat het Rijk zo actief samenwerkt met provincies en gemeenten aan de energietransitie. De dynamiek bij lokale partijen die er echt voor willen gaan, vind ik heel gaaf om te zien.’
Schep in de grond
Dat OER steeds meer richting concrete uitvoering gaat, vervult haar met trots. ‘We hebben lang gezocht naar de juiste aanpak, maar nu zien we dat er tenders worden uitgevoerd. Dan gaat het opeens over de ‘schep in de grond’. Zo werkt een marktpartij aan drijvend zonnepark Zon op de Slufter op de Maasvlakte en ook projecten als de Drentse Zonneroute A37 en de Energieroute Noord-Holland worden binnenkort aangeboden aan de markt. Je merkt dat dat nieuwe energie geeft aan de teams. De succesvolle mijlpalen worden gevierd.’
Duurzaamheid als persoonlijke overtuiging
Duurzaamheid speelt voor Ingeborg niet alleen op het werk een rol. Toen ze nog in Zeist woonde, schreef ze om de week een duurzaamheidscolumn voor de lokale krant. Ze interviewde inwoners die zich inzetten voor hun buurt. ‘Ik sprak zoveel mensen met passie voor duurzaamheid. Dat gaf me een positief en hoopvol gevoel. Van zonneparken op flatgebouwen tot kunst van gerecycled plastic en een repaircafé: Zeist zat vol initiatieven.’ Wat haar het meest is bijgebleven is de natuurspeeltuin die helemaal was opgebouwd uit zelfgemaakte houten speeltoestellen. ‘Het enthousiasme van mensen die hun omgeving willen verbeteren vond ik heel inspirerend.’
Zelf probeert ze duurzaamheid vooral in kleine gewoontes toe te passen: vegetarisch eten, weinig plastic gebruiken en tweedehands kleding kopen. ‘De kledingbeurs die vorig jaar op kantoor werd georganiseerd vond ik een supergoed initiatief.’ Tot slot heeft Ingeborg een duidelijke wens voor het programma: ‘Nu we richting meerdere tenders gaan, hoop ik dat ze ook allemaal succesvol worden. Er zitten mooie projecten tussen, en de omstandigheden rond netcongestie en subsidies lijken iets te verbeteren. Hopelijk is dit het startpunt van een fase waarin steeds meer projecten succesvol van de grond komen!’