‘De echte verhalen zitten in de projecten.’ Maar wie haar verhaal hoort, merkt al snel: ze is iemand die verbindt, structuur aanbrengt en het team helpt om ingewikkelde projecten behapbaar te maken.
Ireen werkte de afgelopen zeven jaar bij het ministerie van IenW. Ze was programmamanager van klimaatneutrale en circulaire infraprojecten en werkte mee aan de energieagenda netwerken. Afgelopen november rondde ze de routekaart voor een toekomstbestendige en duurzame bereikbaarheid van de Waddeneilanden af. ‘Dat was echt een supermooi traject,’ vertelt ze. ‘Het was een open opdracht, met provincies, eiland- en kustgemeenten, Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten aan tafel. Mijn startpunt was: ik kom uit Den Haag en weet per definitie niet hoe het hier zit. Jullie wonen en werken hier.’
Ze wilde geen ‘vind-groep’, maar een ‘maak- en verbindgroep’. In kleinere teams werd er gewerkt aan oplossingen: van de elektrificatie van Waddenveren tot de toekomst van de vaargeulen. ‘In deze groep zat een grote bak aan ervaring. Ik vind het leuk om eruit te halen wat er in zo’n groep zit. Dat typeert me wel.’ Toen ze toe was aan een volgende stap, zocht ze een rol als programmamanager in de fysieke leefomgeving, mét duurzaamheid. OER bleek precies dat.
De vraag is vooral: hoe maken we het voor de projecten zo eenvoudig mogelijk zodat ze ook gerealiseerd worden?
Een programma dat staat als een huis
Na 100 dagen is haar eerste indruk helder: OER staat stevig. ‘Het programma draait gewoon goed. Er werken kundige collega’s die betrokken zijn en het is goed ingeregeld. Tegelijkertijd is de buitenwereld allesbehalve rustig. Energieprijzen, geopolitieke spanningen, netcongestie, nieuwe rollen voor provincies en gemeenten; de dynamiek is groot. Het is complex, en ja, er zitten spannende dingen in. Maar dat is niet atypisch voor een programma. De vraag is vooral: hoe maken we het voor de projecten zo eenvoudig mogelijk, zodat ze ook gerealiseerd worden? Juist dat vraagt om goed luisteren. Naar projectleiders, omgevingsmanagers en RWS-regio’s. Waar lopen zij tegenaan? Hoe bewegen we als programma op tijd mee? Daar ben ik vooral mee bezig – en dat geeft me energie.’
Brug met EZK
Een thema dat steeds terugkomt in haar verhaal: de relatie met het ministerie van EZK. Die brug wil ze bewust goed slaan. ‘Ook de opdrachtgever heeft te maken met de veranderende context, het vraagt om blijven aanpassen op meerdere niveaus zonder te gaan zwabberen, daar ben ik verantwoordelijk voor. De veranderingen in de subsidiesystematiek (van SDE++ naar het Europese Contracts for Difference) raken OER direct. En niet alleen OER, ook alle nieuwe wind-op-zee-projecten. We moeten ons daartoe verhouden. Dat doen we samen met RVB, RVO en EZK. We werken daarbij ieder vanuit een eigen realiteit die we niet altijd dagelijks van elkaar zien.’ Om de afstand te verkleinen, investeerde ze de afgelopen maanden bewust in contact: gezamenlijke sessies, inhoud uit de projecten op tafel, doorvragen. ‘Het helpt als je elkaars perspectief beter begrijpt.’
Ik laat me niet snel gek maken. Het glas is halfvol, zonder de realiteit uit het oog te verliezen. Ik stop pas als het écht nee is.
Niet alles lukt, en dat mag
Voor de komende periode is haar focus duidelijk: een groot deel van de OER-projecten gaat richting marktbenadering de komende twee jaar. ‘Dat is nu het allerbelangrijkste. Als dat lukt, gaan we ook daadwerkelijk energie opwekken op de RWS-gronden en bijdragen aan het RES-bod van de medeoverheden.’
Tegelijkertijd wil ze ook realisme toevoegen. ‘OER-projecten zijn complex en soms lukt iets niet. Ik vind het belangrijk dat we een cultuur hebben waarin dat geen falen betekent,’ zegt ze. ‘Je moet blijven kijken: wat leert dit ons?’ Dat past bij haar persoonlijke stijl. Bij de elektrificatie van de Waddenveren – politiek ingewikkeld en allesbehalve vanzelfsprekend – hield ze vol. ‘Ik laat me niet snel gek maken. Het glas is halfvol, zonder de realiteit uit het oog te verliezen. Ik stop pas als het écht nee is.’
Duurzaamheid, ook thuis
Duurzaamheid zit niet alleen in haar werk. Ireen woont in Amsterdam en deed mee aan een buurtpilot waarbij huishoudens via een app beloond werden als ze hun energieverbruik slim spreidden, bijvoorbeeld door de wasmachine overdag aan te doen. Daarnaast reist ze met het OV, heeft ze geen auto en eet ze vegetarisch. ‘Het hoort gewoon bij hoe ik leef. En het zorgt ook voor mooie avonturen. Met het gezin in een oude nachttrein van Wenen naar Split, of een wilde bustocht om de sluiting van de EU-grens met Albanië om 17.30 uur te halen.’
Richting 2030: bouwen, leren en samenwerken
En waar hoopt ze in 2030 te staan? ‘Dan moeten er veel projecten in de realisatiefase zijn,’ zegt ze lachend. ‘Het is kort dag, maar daar werken we nu naartoe. Ik hoop op nieuwsbrieven vol met wat er gebouwd wordt.’ Daarnaast wil ze dat de samenwerking met de regionale onderdelen van Rijkswaterstaat verder verdiept is. ‘Hoe doe je dit goed met elkaar, mét de energie-ontwikkelaar erbij? Dat moeten we nog leren. De komende tijd wordt daar actief op ingezet vanuit technisch management en omgevingsmanagement, samen met de regio’s. In het eerste project waar een ontwikkelaar gaat bouwen, gaan we intensief samenwerken en zaken volgen. Dan komen we dingen tegen die we nu nog niet kunnen bedenken. Precies daarom is het zo belangrijk dat we die schakels goed organiseren.’ En dát is, zonder poespas, precies haar rol.