Pas als we ons er allemaal goed bij voelen, dragen we het project over aan de markt

11-03-2024
254 keer bekeken 0 reacties

Projectmanagers Mark Helfrich (RVB) en Nadinja Hettinga (RWS) delen hun leerervaringen uit het pilotprogramma HER voor het thema 'mate van voorbereiding'.

Over het pilotprogramma HER

Het pilotprogramma Hernieuwbare Energie op Rijksgrond (HER) is de voorloper van het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). HER startte in 2018 en liep door tot 31 december in 2023. Beide programma’s zijn samenwerkingen van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), Rijkswaterstaat (RWS) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel van het pilotprogramma is om samen met partners te leren hoe gronden in beheer bij Rijkswaterstaat optimaal ingezet kunnen worden voor de opwek van hernieuwbare energie op land voor de opgave van de RES-regio’s (Regionale Energiestrategieën) uit het Klimaatakkoord. In tien pilots, zijn kennis en lessen opgedaan over verschillende aspecten die bij de uitvoering van energieprojecten komen kijken, zoals leefomgeving, (verkeers)veiligheid, participatie, de aanpak en voorbereiding waar het onderstaande artikel over gaat.

In het pilotprogramma is onderzocht hoeveel voorbereiding er nodig is om rijksgronden aan te bieden aan energieontwikkelaars voor de opwek van hernieuwbare energie. Projectmanager Mark Helfrich van het Rijksvastgoedbedrijf is betrokken bij diverse OER-projecten. Nadinja Hettinga is projectmanager OER-projecten A15 Betuweroute –A1/A50 en zonnelint A12/A30 bij Rijkswaterstaat. Samen delen zij hun leerervaringen voor het thema ‘mate van voorbereiding’

Mark Helfrich en Nadinja Hettinga

Waar gaat ‘mate van voorbereiding’ over?

De mate van voorbereiding is de omvang van het traject dat een project doorloopt tot het aan de markt, dat wil zeggen een energieontwikkelaar, wordt overgedragen voor realisatie. Bij een uitgebreide voorbereiding voert het projectteam meer voorwerk uit en heeft hierdoor meer invloed op de manier waarop het project wordt gerealiseerd. Randvoorwaarden voor het project worden uitgebreid uitgewerkt en vastgelegd in kaders of plannen. Bij een beknopte voorbereiding wordt een project eerder overgedragen en voert de energieontwikkelaar ook nog de nodige voorbereidende activiteiten uit.

In de pilotprojecten is ervaring opgedaan met verschillende activiteiten die bij de voorbereiding komen kijken. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van technische randvoorwaarden, het consulteren van marktpartijen, het ontwikkelen van randvoorwaarden voor financiële participatie, en het opstellen van grondovereenkomsten. Hoe kies je voor een beknopte of uitgebreide voorbereiding? Mark en Nadinja delen hun leerervaringen in de pilotprojecten over het thema voorbereiding. 

Geleerde lessen

Een standaardaanpak werkt niet

Het lijkt voor de hand liggend dat een uitgebreid en langer durend voorbereidingstraject voor een beter eindresultaat zorgt, maar de ervaring leert dat dit niet altijd zo is. Vaak weet je bij de start van een project niet hoeveel voorbereiding er nodig is, legt Nadinja uit. Zij was betrokken bij het relatief kleine pilotproject Zon langs de A7, een gebied van vijf hectare met vier knooppunten in Noord-Holland.

“Het blijft altijd mensenwerk”, begint ze. “De voorbereiding kan bestaan uit veel verschillende activiteiten. Bij elk project kijk je wat past, een standaardmethode werkt niet. In de verkenningsfase kun je de opties voor de mate van voorbereiding met elkaar bespreken en tot een plan van aanpak komen. We worden in het programma OER steeds beter in het planmatig aanpakken van dit soort dingen.”

Beknopt of uitgebreid voorbereiden?

Wanneer je het project eerder overdraagt aan de markt, laat je daar meer keuzes en voorbereidingstaken aan over. “Hiervoor hebben we bij Zon langs de A7 gekozen. Het project was relatief eenvoudig en overzichtelijk, en de wensen voor landschappelijke inpassing waren niet te ingewikkeld. De gemeenten hadden nog geen vastgesteld beleid voor financiële participatie en wisten niet goed wat ze op dit vlak precies konden eisen voor dit relatief kleine project. Door een aantal algemene uitgangspunten vast te leggen voor financiële participatie in beleidskaders hebben we de minimale variant van participatie geborgd én de markt uitgedaagd om meer te doen.”

“Maar, een bepaalde set aan kaders en richtlijnen heb je echt nodig voordat je een project aan de markt kunt overdragen”, aldus Nadinja. “Wensen en eisen van gemeenten moeten zoveel mogelijk geborgd zijn in beleidsplannen en de technische randvoorwaarden voor verkeersveiligheid moeten duidelijk zijn, omdat het project hier aan moet voldoen om een vergunning te kunnen krijgen van Rijkswaterstaat.” Mark: “Bij de A6 maken wij het zonnepark zelf alvast planologisch mogelijk. Denk daarbij aan een goede landschappelijke inpassing en het opnemen van alle ruimtelijke regels waar de energieontwikkelaar zich aan moet houden.”

Omgevingsaspecten van het project kunnen reden zijn om te kiezen voor een uitgebreider voorbereidingstraject. Mark: “Denk daarbij aan politieke ontwikkelingen, het draagvlak in de omgeving, of complex multifunctioneel gebruik van een locatie. Voor een zonnepark in een sluizencomplex is het bijvoorbeeld niet realistisch om te denken ‘dat laten we de markt wel even doen’. Het realiseren van een zonnepark op water is ook voor energieontwikkelaars een vrij nieuwe tak van sport.”

Mark geeft aan dat uitgebreid voorbereiden ook nadelen kan hebben. “We willen niet te veel beperkende keuzes opleggen aan de energieontwikkelaar. Daarom is het onze rol om soms de bril van de energieontwikkelaar op te zetten. De energieontwikkelaar heeft voldoende ‘ruimte’ nodig om zijn eigen kennis en expertise in te kunnen zetten voor het ontwerpen en realiseren van een succesvol project.”

Maak duidelijke afspraken

De belangrijkste les die Mark heeft geleerd is om zo snel mogelijk na de start van een project afspraken te maken met de betrokken provincie en gemeenten over wie wat gaat doen. Mark was betrokken bij de pilot ‘A6 zon Lelystad Dronten’. In het project werd samen met de provincie Flevoland en de gemeenten Lelystad en Dronten besloten om een uitgebreide voorbereiding te starten. Mark: “We hadden alleen geen duidelijke afspraken gemaakt over wie wat binnen de voorbereiding zou oppakken.” Nadinja geeft een tip voor zo’n situatie: “Het is belangrijk om in de verkenningsfase af te spreken hoe de samenwerking eruit gaat zien. Stel dit niet uit, maar leg dit zo snel mogelijk samen vast.”

Check wat er allemaal speelt

Nadinja ontdekte dat het belangrijk is om goed te controleren wat er allemaal speelt in het beoogde gebied voor het project. “Met ons project A7 kwamen we erachter dat meer dan de helft van de gronden helemaal niet meer van Rijkswaterstaat was. De grond was verkocht aan het waterschap. Dit is in het beginstadium van het project over het hoofd gezien.”

“Het was voor een haalbare businesscase van het project belangrijk dat we deze grond wel mee konden nemen. Het waterschap werd betrokken en wilde de grond uiteindelijk wel verkopen. We hebben daarvoor veel gesprekken met elkaar gevoerd. Het is gelukt, maar het kostte behoorlijk wat tijd. Nu doen we standaard een uitgebreide check op het areaal in de voorverkenning.”

We doen het samen!

Het is cruciaal om niet voorbij te gaan aan de wensen van de omgeving, zoals de gemeente of omwonenden van een project. Mark: “Lokaal draagvlak is alles, anders lukt je project niet.”

Nadinja vult aan: “Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat we dit samen doen en samen keuzes maken met de provincie en gemeenten. Pas als we ons er allemaal goed bij voelen, dragen we het project over aan een energieontwikkelaar. Voelt het niet goed, dan kan het helpen om de randvoorwaarden samen verder uit te werken en vast te leggen.”

Tot slot geven Nadinja en Mark aan dat er geen tijd is om keuzes langer dan nodig uit te stellen. In het Klimaatakkoord staat dat in 2030 zeventig procent van onze elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. “De RES-regio’s staan voor de belangrijke opgave om hier een bijdrage aan te leveren. In de OER projecten gaan we samen concreet aan de slag met het realiseren van projecten.” 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen