Succesvolle OER-programmadag

14-03-2024
342 keer bekeken 0 reacties

Op donderdagochtend 29 februari kwamen zo’n 85 enthousiaste OER-collega’s in Utrecht bijeen voor de OER-programmadag. Een dag vol vernieuwing, interactie en creatieve ideeën.

Programmamanager Sten Heijnis trapte af met een kort welkomstwoord en zette de toon voor een dag vol dynamiek. Wat volgde was een verzameling van inspirerende sessies waarbij de deelnemers werden uitgedaagd om te leren van elkaars ervaringen.

Omdenken

Een hoogtepunt was de 'Omdenkshow', geleid door Rens van de Rijdt en Beer Gunster. Met humor en inventiviteit daagden ze de aanwezigen uit om problemen te herdefiniëren en om te zetten in onverwachte kansen. Want waar een uitdaging lijkt te zijn, schuilt vaak een creatieve oplossing. Zoals het geval van geluidsoverlast in een hotel naast een theater, waarbij een slimme samenwerking resulteerde in een uniek arrangement voor theaterliefhebbers.

Werksessies

Na deze inspirerende start was het tijd voor actie. De deelnemers doken in interactieve werksessies, waarbij vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, netbeheerders en andere betrokken partijen samenwerkten om nieuwe inzichten te vergaren en OER tot een nog groter succes te maken.

In de workshop ‘Wie doet wat?’ was het fascinerend om te zien hoe deelnemers verschillende perspectieven hadden en welke inzichten dit opleverde.  

Tijdens de lunch was er ruimte om bij te praten met OER-collega’s die je misschien niet elke dag ziet. De middag bracht een tweede ronde van workshops en de presentatie van de stellingen uit de verschillende sessies.

Het event werd afgesloten met een hapje en een drankje in het LEF Center. De organisatoren blikken tevreden terug. Het was een dag vol nieuwe inzichten, inspiratie en vooral: de kracht van samenwerking en creatief denken.

Klik op de pijltjes hieronder voor een korte samenvatting van elke werksessie en de stellingen van de dag.

Gebiedsgericht samenwerken: Hoe bouw je aan relaties die tegen een stootje kunnen?

In deze sessie namen we de deelnemers in wisselende groepen mee en spraken we over ieders persoonlijke binding met het OER-programma, het belang en de motivatie van de eigen organisatie bij OER en wat een OER-project voor alle deelnemende organisaties/actoren tot een succes maakt.

Hoe kunnen we de geboekte successen gebruiken om de geïnvesteerde tijd te verantwoorden binnen de eigen organisatie?  Opvallend was de openheid en diepgang van de gesprekken tussen alle deelnemers. Als je je eigen perspectief of dat van je organisatie op tafel legt, valt daarover te praten en ontstaat er wederzijds begrip. Zo investeer je samen in langdurige samenwerking aan een complexe opgave.

De deelnemers hebben de stelling ‘Make time to gain time’ aangeleverd voor de afsluiting van de dag. Tijd maken voor samenwerking en voor elkaar levert later in je project tijd op!

Wie doet wat?

Tijdens de workshop 'Wie doet wat?' hebben we een boeiende sessie gehad waarin we de verantwoordelijkheden van verschillende organisaties binnen een OER-project verkenden. In het eerste deel discussieerden we aan de hand van stellingen over welke verantwoordelijkheden bij welke organisatie(s) horen. Het was fascinerend om te zien hoe deelnemers verschillende perspectieven hadden en welke inzichten dit opleverde.

In het tweede deel speelden we in groepen een spel waarbij we in verschillende rollen kropen binnen diverse organisaties, aan de hand van een fictieve case. Dit zorgde voor een diepgaander begrip van de complexiteit van projecten en de rolverdeling daarin. Beide groepen leverden een mooi product op, inclusief een aantal tips voor het programma OER.

Als feedback voor het programma benadrukten de deelnemers dat het nuttig zou zijn om met meer gedetailleerde formats voor de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden te werken. Zo weten alle partijen vanaf het begin wat er van iedereen verwacht wordt en kunnen ze al vroeg in het project gezamenlijk bepalen wie wat doet. Dit zal de samenwerking en efficiëntie ten goede komen.

De stelling die we tijdens deze dat hebben geformuleerd luidt: je kunt participatie van een OER-project prima aan de projectontwikkelaar overlaten. Eens of oneens?

Kom op dezelfde lijn!

In de werksessie ‘Kom op dezelfde lijn’ gingen de deelnemers aan de slag aan de hand van een (versimpelde) echte OER-casus. Per thema werd een subgroep geformeerd. De vier subgroepen hielden zich bezig met de thema’s ’Duurzame energie’, ‘Natuur’, ‘Mobiliteit & bijhorende beheeraspecten’ en ’Lokale omgeving’. 

De belangen van de verschillende thema’s bleken regelmatig haaks op elkaar te staan. Hierdoor was het lastig om het maximale doel voor alle belangen te behalen.

In een kort intermezzo werd de groep verteld over de samenwerkingsovereenkomst A35 en de daarin genoemde samenwerkingswaarde: ‘Het publieke huis op orde houden’. Dat wil zeggen dat we als één overheid naar buiten toe treden. Dit maakt het voor de markt makkelijker om het project uit te voeren.

Deze samenwerkingswaarde was de kern van de opdracht aan de groep voor de tweede ronde. Centraal stond de opdracht ‘Ga na hoe je gezamenlijk zoveel mogelijk waarde creëert op alle thema’s voor het proefgebied. Kijk of je elkaar kunt helpen buiten je eigen thema en wentel niet af’. De uitkomst was een verhaallijn voor het proefgebied met veel meerwaarde vanuit elk thema, meervoudig doelbereik en meer draagvlak bij eenieder.

Eerder betrekken van de markt. Hoe kan het wel?

In deze workshop spraken we over de voor- en nadelen van het eerder betrekken van de markt en hoe je dit het best kunt organiseren. De keuze van het moment van betrekken blijkt sterk projectafhankelijk en is uiteindelijk een besluit van alle samenwerkende partners in het project.

Vooral bij complexe projecten lijkt het eerder betrekken van de energieontwikkelaar kansen te bieden. Door gebruik te maken van de capaciteit en denkkracht van de energieontwikkelaar kan er efficiënter gewerkt worden. Ook de innovatieve denkkracht en specialistische vakkennis van marktpartijen werkt veelal in het voordeel van een project. Door samen met de ontwikkelaar in een vroegtijdig stadium de relatie tussen alle thema’s te onderzoeken (waaronder inpassing, netaansluiting, participatie) kan uiteindelijk een realistischer project ontworpen worden. Om te voorkomen dat het vroegtijdig betrekken van de markt nadelig uitpakt, is het borgen van gelijkwaardige samenwerking noodzakelijk. Daarom is het essentieel om werkafspraken, verantwoordelijkheden, minimale ontwerpeisen, etc. goed vast te leggen in een samenwerkingsovereenkomst.

Samengevat is de stelling van de deelnemers aan deze workshop:
Projecten worden efficiënter voorbereid als een energieontwikkelaar vroegtijdig aan tafel zit.

Stelletje ambtenaren!

In de sessie ‘Stelletje ambtenaren!’ hebben we niet alleen onze frustraties geuit, maar vooral ook gekeken naar oorzaken en oplossingen. De organisaties waarmee we samenwerken in de OER-projecten zijn enorm verschillend en kennen allemaal hun eigen disciplines, bestuurlijke eigenschappen en (juridische) termen. Bij Rijkswaterstaat staat een veilige en goede doorstroming van het verkeer centraal. Provincies en gemeenten hebben doelstellingen voor opwek, maar ook biodiversiteit, woningbouw etc. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor tientallen andere disciplines zoals archeologie, ecologie en de vuilnisophaaldiensten die elk ingepast moeten worden in de uitwerking van de diverse doelstellingen. Gemeenten staan ook dicht bij de bevolking met alle voor- en nadelen die dit met zich meebrengt.

In de OER-projecten kunnen we nog veel beter van elkaar leren. We moeten niet doen alsof elk project het eerste is. Wat hierbij wellicht kan helpen is een duidelijk stappenplan per project, duidelijke takenlijstjes per organisatie, maar ook een lijst per organisatie met daarop bijvoorbeeld het bestuurlijk proces en bepaalde (juridische) termen uitgelegd. Want soms zijn we erg veel tijd kwijt aan het uitleggen van onze processen en terminologie, wat een paar maanden later weer vrolijk herhalen.

Leefomgeving in jouw project. Hoe borg je dit en werk je hierin samen?

De collega’s in deze werksessie werden aan het werk gezet. Ze kregen een mogelijke locatie voor zonnepanelen toegelicht en ieder een rol van een betrokken burger. Zo was er iemand die graag hoge en uit elkaar staande panelen wilde om zoveel mogelijk rekening te houden met licht en water voor de natuur. Een andere wilde juist lage panelen om geen belemmering van het zicht te hebben en een derde zette in op een ontwerp van hoge aaneengesloten panelen om zo wellicht geluid te reduceren.

De opdracht was om gezamenlijk tot een ontwerp te komen voor de voorliggende locatie. Dit bleek lastig maar niet onmogelijk, want er zijn een paar hele mooie locatie-ontwerpen gerealiseerd. Na het bespreken van de ontwerpen was er in het laatste deel van de werksessie nog tijd om de ontwerpen om te zetten naar een aantal ontwerpregels. Zo zorg je ervoor om het ontwerp te borgen ten tijde van realisatie. 

Financieel OERwoud: aan welke knoppen kan je draaien voor een (financieel) haalbaar project?

In de workshop ‘Financieel OERwoud’ stonden de deelnemers een dag in de schoenen van de technisch manager van een fictief OER-project. In teams hebben de deelnemers fanatiek een ‘serious game’ gespeeld waarin zij zelf een OER-project mochten samenstellen dat zowel financieel haalbaar is als voldoende draagvlak geniet.

Aan de hand van kaarten en afbeeldingen met daarop ontwerp- en participatiekeuzes konden de teams zelf kiezen welke percelen zij zogenaamd wilden ontwikkelen binnen het zonne-energieproject en welke mate van bijvoorbeeld ruimtelijke inpassing en participatie zij hierbij wilden toevoegen.

Aangezien alle voorgenoemde keuzes met elkaar samenhangen en doorwerken in de opwekpotentie, draagvlak en de financiële haalbaarheid van OER-projecten, bleek het leggen van deze puzzel voor de deelnemers nog klap lastig. De ene keer had het samengestelde project niet genoeg draagvlak, de andere keer bleek het niet financieel haalbaar. Al met al werd gedurende de werksessie duidelijk dat de gemaakte keuzes in een project met elkaar in balans moeten zijn en dus niet altijd de ‘beste en meeste uitgebreide’ ontwerp- en participatiekeuzes gemaakt kunnen worden voor een financieel haalbaar project. Hierbij rest dan nog de vraag: wat als het energieproject niet financieel haalbaar blijkt? Beperk je dan de overige randvoorwaarden (bijvoorbeeld: ruimtelijke inpassing, ecologie, financiële participatie) om het project alsnog te kunnen realiseren of is het dan beter om op deze locatie geen duurzame energie op te wekken?

Netinpassing. Blokkade of kans?

Tijdens de sessie is er met veel energie gesproken over de aansluitvraagstukken van de OER- en SOL-locaties. Algemeen: we moeten meer moeite doen om de netwerkberouwbaarheid van het energiesysteem op orde te houden (nu 99,99% gegarandeerd).

Alle deelnemers onderkenden de vraagstukken die hierbij spelen en kwamen met alternatieve oplossingen zoals:

  • lokale opwek direct gebruiken (met batterij);
  • maak energiekaarten van opwek en gebruik en zoek naar de goede matches;
  • netbedrijven, wees transparanter over afname profielen;
  • benut cable pooling;
  • bied ruimte voor creatieve oplossingen (pilots). 

Een vergaande optie die is genoemd is: geef in congestiegebieden iedereen een dynamisch contract. Relativerende vraag: waarom willen we in congestiegebieden nog meer elektra opwekken en op het net zetten? Kunnen we niet beter zon-thermische panelen neerzetten en die aansluiten op een nabij warmtenet? Zo dragen we wellicht meer bij aan de energietransitie.

Kortom, we zullen intelligent en creatiever moeten opereren als gevolg van de schaarste aan transport van elektriciteit.

BACK TO THE FUTURE!

Bij Back to the future!  stapten we in de toekomst en zetten we steeds stappen terug richting het heden. Deelnemers spraken uit hoe zij de toekomst voor zich zien in 2051, 2045, 2040, 2035, 2030 en 2027 en wat ze nu moeten doen om die toekomst waar te maken.

De deelnemers dachten breder dan alleen het programma OER. Wat voor consequenties heeft ons energie- en consumentengebruik in de toekomst en welke slimme dingen worden nog ontwikkeld om het leven makkelijker te maken? Er werden grote veranderingen gezien in technologie en efficiënter gebruik van energie. Daarnaast verwachten we dat er meer gestuurd moet worden op gedragsverandering om de aarde te sparen.

De gekozen stelling: We moeten een CO2-budget per persoon invoeren. Alleen meer duurzame opwek is niet de oplossing. Dus één bitterbal en onder de douche óf tien vegan-bitterballen en in bad. Eens of oneens?

Tekening: Wout Bremer
Help, de Omgevingswet is in werking!

Er leefden veel vragen onder de deelnemers over de Omgevingswet. De wet is immers nieuw en iedereen is nog zoekende. Jurist Marko Oerlemans deed zijn best om alle vragen te beantwoorden.

We gingen in twee groepjes uiteen en bespraken welke procedures de deelnemers in konden zetten. Wat vooral leefde in de groepen was wat de juiste timing is om officiële ruimtelijke procedures te starten. Je hebt voldoende informatie nodig over de grootte en kansrijkheid van een project om te bepalen wie het bevoegd gezag is en wie dus de ruimtelijke procedures gaat trekken. Maar om die informatie te verkrijgen moet/wil je soms stappen zetten die je (ook) in de ruimtelijke procedure moet nemen. Dat is dus een lastig dilemma. Daar kwamen we die dag niet uit maar iedereen ging wel met meer kennis hierover weer naar huis.  

Stelling: de omgevingswet is veeeeel beter dan de vorige regelgeving.

 

Afbeeldingen

0  reacties

Cookie-instellingen